wp8a10286f.png

Zienswijze ontwerpbestemmingsplan Haagwegterrein West

 

Aan de Gemeenteraad van Leiden,

Ondergetekenden hebben kennis genomen van de gemeentelijke reactie op de inspraak op het voorontwerpbestemmingsplan Haagwegterrein West en van het ontwerp bestemmingsplan Haagwegterrein West. Omdat de gemeentelijke reactie op de inspraak in sommige opzichten een meer gedetailleerde motivering van de plannen geeft dan het ontwerp zelf, zullen wij ons in onze zienswijze mede baseren op deze reactie.

Wij willen voorop stellen dat we geen bezwaar hebben tegen woningbouw op deze locatie. Evenmin hebben wij bezwaar tegen hoogbouw in het algemeen, maar we hebben wel bezwaar tegen hoogbouw op deze locatie.

De bezwaren van omwonenden tegen de geplande hoogbouw (zoals o.m. verwoord door de Initiatiefgroep Haagwegterrein in het bezwaarschrift van 6 juni 2010) zijn door de gemeente verworpen, met een beroep op een belangenafweging die mede gebaseerd is op bestaande beleidsnotities, in het bijzonder de Hoogbouwvisie Leiden. Wij achten deze belangenafweging gebrekkig en gedeeltelijk juist strijdig met de Hoogbouwvisie. Wij kunnen daarom niet instemmen met de hieruit voortvloeiende conclusies.

Wij willen er met nadruk op wijzen dat de Notitie Hoogbouwvisie (ook blijkens de tekst van de Notitie zelf, p 37) kaderstellend is en als zodanig zelfbindend voor de gemeente. Dit betekent dat de gemeente niet naar believen kan en mag afwijken van de in deze Notitie Hoogbouwvisie genoemde criteria. Wij motiveren en adstrueren ons oordeel dat er sprake is van strijdigheid met de Notitie Hoogbouwvisie met een bespreking van enkele citaten uit de Inspraaknota en de Notitie Hoogbouwvisie:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wij zijn derhalve van mening dat de Hoogbouwvisie geen enkele ondersteuning biedt voor de locatiekeuze van de voorgestelde hoogbouw. De Hoogbouwvisie voorziet in zulke situaties (citaat p 37): “Er kunnen zich omstandigheden voordoen waarbij afwijking van de Hoogbouwvisie gewenst is. Daarbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan gevallen waarbij sprake is van een aantoonbare ruimtelijk kwalitatieve toevoeging van hogere bebouwing dan die in de visie genoemd is. Een eventuele afwijking van de visie dient voldoende onderbouwd te worden.”

Wij kunnen echter niet inzien welke kwalitatieve toevoeging de voorgestelde hoogbouw levert aan de ontwikkeling van het Haagwegterrein en constateren dat een expliciete motivering hiervoor ontbreekt. Het voorstel mist o.i. bijzondere kwaliteiten en valt eerder op door bijzondere tekortkomingen:

   De bovengrondse parkeervoorziening (max. 3 m hoog en een extra ruimtebeslag van ca. 1020 m2, meer dan 1,5 maal zoveel als de woontoren zelf) legt een ongewenst beslag op de ruimte, terwijl beperking van het ruimtebeslag juist een argument is dat voor de hoogbouw wordt aangevoerd (“meer groene ruimte”);

   De afstand tot de nabijgelegen bebouwing zou volgens de Hoogbouwvisie minimaal 1 – 3 x de bouwhoogte moeten zijn. De afstand tot de bebouwing aan de Toussaintkade bedraagt echter zelfs minder dan 1x de bouwhoogte;

   Deze geringe afstand klemt temeer omdat wij van oordeel zijn dat het gebouw te hoog is in vergelijking met de omliggende bebouwing (meer dan 6 maal de goothoogte van de omringende woningen). Het gebouw sluit op geen enkele wijze aan op de aanwezige kleinschalige woningbouw, de nieuwbouw van Portaal en de geplande woningbouw (2-onder-een-kap) op Haagwegterrein Oost.

 

In de inspraaknota wordt ingegaan op de belangenafweging die het college van B&W heeft gemaakt tussen verschillende betrokken belanghebbenden. Daarin wordt voor het voorstel wel een motief gegeven, nl. het economisch belang van de projectontwikkelaar. Wij hebben respect voor dit belang, maar vinden niet dat dit ten koste mag gaan van een goede stadsontwikkeling. Als omwonenden hebben wij hart voor de stad en zijn wij pleitbezorgers voor een goed woonklimaat. Wij verzoeken u daarom het voorstel voor hoogbouw te vervangen door een voorstel met meer passende woningbouw.

Tot slot menen wij dat, indien voornoemde hoogbouw definitief in het bestemmingsplan zou worden opgenomen, de beleidsvisie op hoogbouw als neergelegd in de Hoogbouwvisie, een wassen neus zal blijken te zijn. De Initiatiefgroep betreurt het dat de gemeente een door haarzelf als bindend verklaarde beleidslijn uiteindelijk niet als maatstaf voor haar handelen wil nemen, maar naar willekeur van deze lijn blijkt af te willen wijken. De Initiatiefgroep meent dat deze opstelling van de gemeente het vertrouwen van de burger in de overheid, in casu de gemeente, zal schaden.

 

Initiatiefgroep

augustus 2010

Citaat

Onze reactie

Inspraaknota p 5: “Conform de Hoogbouwvisie is hoogbouw alleen gewenst op bijzondere zichtlocaties of belangrijke knooppunten in de stad. Daar voldoet de studentenflat niet aan, maar de Keektoren en beoogde locatie van De Verleyding wél.

De Hoogbouwvisie benadert “zichtbaar­heid” vanuit drie invalshoeken (p 23 – 31):

 Vanuit het landschap

 Vanaf de snelweg

 Oriëntatiepunt in de stad

De zichtbaarheid vanuit het landschap of vanaf de snelweg is in dit geval duidelijk niet van toepassing. Alleen het ‘oriëntatiepunt in de stad’ zou van toepassing kunnen zijn.

De Hoogbouwvisie geeft echter de volgende nadere indicaties voor locatiekeuze van hoogbouw (p 31):

 Entree van de stad

 Wijkcentrum

 Snijpunt van wegen

 Beëindiging van zichtassen

De eerste drie indicaties zijn zeker niet van toepassing op de voorgestelde locatie en de Toussaintkade kan niet als zichtas worden aangemerkt. De Hoogbouwvisie verzet zich dus tegen hoogbouwplannen op deze plek.

 

Inspraaknota p 5:  “Daarbij is telkens als uitgangspunt gebruikt dat hoogbouw past bij de stad Leiden en dat beperkingen met betrekking tot hoogbouw daarom alleen van toepassing zijn binnen beschermd stadsgebied zelf, en niet op gebieden die buiten het beschermde stadsgebied vallen.”

In de Hoogbouwvisie wordt aangegeven dat hoogbouw langs authentieke zichtlijnen vanuit het beschermde stadsgezicht (waar de Rijn en Schiekade deel van zal uitmaken) ongewenst is (p.41). De beperkingen zijn dus zeker niet alleen in het beschermd stadsgebied zelf van toepassing.

Hoogbouwvisie p 35: “In de tussenliggende gebieden zijn de dynamische lijnen in de stad, de stadsboulevards, een aanleiding voor hoogteaccenten. De overige gebieden zijn voornamelijk  woongebieden, en hier wordt geen hoogbouw van betekenis voorzien.”  

De voorgestelde locatie kan o.i. op geen enkele wijze als dynamische lijn (stadsboulevard) worden gekenmerkt. Het is bij uitstek een woongebied, waarvoor op basis van de Hoogbouwvisie geen hoogbouw van betekenis kan plaatsvinden.